Binnenvering matrassen

De andere hoofdvariant in de veermatrassen is de binnenvering matras. De variant waarbij de veren met een spiraaldraad aan elkaar zijn verbonden. Wordt er voor een maximale duurzaamheid en een redelijk aanpassingsvermogen gekozen, dan is een matras met Bonell binnenvering een goede oplossing. Deze matras kent maximale zekerheid voor eindeloos slaapgenot en is uitsluitend geschikt voor vlakke bodems.

De binnenvering matras met de cilindrische LFK-veer kenmerkt zich door een hoge souplesse en duurzaamheid. Dit type binnenvering matras is tevens geschikt voor verstelbare bodems.

Draaddikte van de veer

Hoe dikker het gebruikte draad in de veer is, hoe harder de veer zal zijn.

Aantal veren per m2

Hoe hoger het aantal veren per m2 is zonder de draaddikte aan te passen, hoe steviger de matras zal aanvoelen. Als er namelijk meer van de dezelfde veren worden gebruikt, zal het moeilijker worden om de matras in te drukken.

Als bij een toenemend aantal veren per m2 de draaddikte wordt verminderd, kan ook bij een groter aantal veren een uitstekende souplesse worden gecreŽerd. Het voordeel van een groter aantal veren per m2 is dat het lichaam nog gelijkmatiger kan worden opgevangen, omdat de puntelasticiteit toeneemt.

Aantal slagen van de veer

Door aan een veer meer slagen toe te voegen, terwijl de hoogte gelijk blijft, zal de stijgingshoek per slag dalen. Hierdoor zal de veer makkelijker in te drukken zijn en dus soepeler aanvoelen.

Vorm van de veer
matras veer

De vorm van de veer bepaalt in belangrijke mate het ligcomfort van de matras. De vorm kan diabolisch, tonvormig of cilindrisch zijn. Eastborn gebruikt voor haar pocketvering matrassen de tonvormige veer. Het voordeel van dit type veer is dat deze bij belasting een gelijkmatigere toenemende tegendruk op het lichaam geeft. Bovendien maakt de tonvorm van de veer de pocketvering matras geschikt voor verstelbare bodems.

Zones in de matras

Om matrassen extra comfort te geven, kunnen deze worden voorzien van een schoudercomfort-zone. De mens steekt bij de schouders een aantal centimeters verder uit dan bij de heuppartij. Het gewicht van de mens concentreert zich bovendien rondom de heupen. Ca. 40% van ons gewicht zit namelijk in het heupgebied. Juist deze gewichtsconcentratie zorgt ervoor dat de heup voldoende in de matras wegzakt. Bij de schouders, die verder dan de heup uitsteken, is het gewicht onvoldoende om diep genoeg in de matras weg te zakken. Door in de schouderzone veren met een dunnere draaddikte te gebruiken, wordt een soepele schoudercomfort-zone gecreŽerd. Hierdoor is minder kracht nodig om de veer in te drukken. Zo kunnen de schouders voldoende wegzakken in de matras om spieren en wervelkolom het gewenste herstel te gunnen.

Geneste of parallelle veerstructuur

De veer in een geneste structuur heeft minder bewegingsvrijheid dan een veer in een parallelle structuur en zal daardoor harder aanvoelen. Een belangrijke eigenschap van een veer in een geneste structuur is dat deze een stabieler ligcomfort geeft.

Comfortlagen en drukverdelers

Voor een behaaglijk ligcomfort worden hoogwaardige materialen als toplaag toegepast, zoals Talalay latex, Traditionele latex, Comfort- of kwaliteitsschuim. Het comfort wordt versterkt door de natuurlijke jute of gelatexeerde paardenhaar drukverdelers. Deze vangen samen met de kwaliteitstoplagen het gewicht van het lichaam op en verdelen de druk optimaal over zo veel mogelijk veren.